Punt Welzijn Goedbezig Weert Blog

Uitkering en vrijwilligerswerk

Vrijwilligerswerk naast een uitkering.

Bron www.vrijwilligerswerk.nl. Er kunnen geen rechten ontleend worden aan deze informatie, voor de meest recente informatie neemt u contact op met uw uitkeringsinstantie.

Mensen met een uitkering mogen in principe vrijwilligerswerk doen. Er zijn echter wel regels aan verbonden. Bij alle wetgeving rond vrijwilligerswerk met een uitkering moet het wel om echt vrijwilligerswerk gaan. Dit houdt in dat:
- Het vrijwilligerswerk is onbetaald. Wel mag de vrijwilliger een vergoeding van daadwerkelijk gemaakte onkosten óf gebruik maken van de vrijwilligersregeling.
- Het vrijwilligerswerk wordt gedaan bij organisaties die geen vennootschapsbelasting betalen of  een sportvereniging,  sportinrichting of ANBI zijn.
- Het vrijwilligerswerk verdringt geen betaalde arbeid.

Daarnaast heeft elke specifieke uitkering weer eigen regels met betrekking tot het melden van het vrijwilligerswerk, de sollicitatieplicht en de vrijwilligersvergoeding.

De Werkeloosheidswet
De Werkeloosheidswet (WW) is een verzekering voor werknemers die wegens werkloosheid niet of minder uren dan voorheen werkzaam zijn en daardoor geen inkomsten hebben. De hoogte en duur van de uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden. Vrijwilligerswerk naast een WW-uitkering is in principe toegestaan mits men beschikbaar blijft voor de arbeidsmarkt. Het is verplicht het vrijwilligerswerk te melden. De uitkeringsinstantie beoordeelt de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt. Wanneer iemand minder beschikbaar is voor de arbeidsmarkt kan dat gevolgen hebben voor de hoogte van de uitkering. Iedereen met een WW-uitkering is in principe verplicht te solliciteren naar een betaalde baan. Het vrijwilligerswerk mag geen betaald werk verdringen. Daarvan is sprake als voor de vrijwillige werkzaamheden normaal gesproken betaald wordt binnen de organisatie en er in het voorafgaande jaar een betaalde medewerker is ingezet.

Nieuwe regels ww en vrijwilligerswerk.
De participatiewet

In de participatiewet is de voormalige Wet werk en bijstand (WWB) opgenomen.  De participatiewet is bedoeld om zoveel mogelijk mensen met en zonder arbeidsbeperking werk te laten vinden. Het vrijwilligerswerk mag niet de kansen op betaald werk verkleinen. Uitkeringsgerechtigden zijn verplicht het aangeboden werk te accepteren en te behouden. Met vrijwilligerswerk moet worden gestopt wanneer dat niet gecombineerd kan worden met de betaalde baan. In de vrije tijd kan iemand natuurlijk wel vrijwilliger blijven.

Bijstandsuitkering
Vrijwilligerswerk naast een bijstandsuitkering is toegestaan maar moet wel gemeld worden bij de uitkeringsinstantie. Mensen met een bijstandsuitkering boven de 27 jaar mogen voor het vrijwilligerswerk een onkostenvergoeding ontvangen. Per 1 april 2017 mogen zij een vrijwilligersvergoeding ontvangen van € 150,- per maand tot een maximum van € 1500,- per jaar. In plaats van de vrijwilligersvergoeding heeft de gemeente ook de mogelijkheid om een een- of tweemalige premie te verstrekken van ten hoogste €2.340,- (2015) per kalanderjaar, voor zover het vrijwilligerswerk naar het oordeel van het college bijdraagt aan arbeidsinschakeling. Ook andere instanties mogen deze premie verstrekken, maar moeten dat eerst voorleggen aan het college van Burgemeester en Wethouders. Deze bepalen of de premie bijdraagt aan arbeidsinschakeling van uitkeringsgerechtigden. De premie heeft geen gevolgen voor de hoogte van de uitkering voor zover er geen vrijwilligersvergoeding wordt ontvangen. Wanneer iemand naast de premie ook een vrijwilligersvergoeding  ontvangt dan geldt de premie als inkomsten waarover belasting moet worden betaald.

Voor vrijwilligers onder de 27 jaar met een bijstandsuitkering geldt dat iedere betaling anders dan een vergoeding van de daadwerkelijke kosten gekort wordt op de uitkering.

Tegenprestatie
In de participatiewet moeten bijstandsgerechtigden een tegenprestatie leveren voor hun bijstandsuitkering. Een tegenprestatie is een onbetaalde maatschappelijk nuttige activiteit van beperkte duur en omvang. Gemeenten leggen in een eigen lokale verordening inhoud, omvang en duur van de tegenprestatie vast. De tegenprestatie heeft de volgende kenmerken:

  • Het werk is niet bedoeld als re-integratie instrument en hoeft dus niet bij te dragen aan uw arbeidsinschakeling.
  • Het mag de acceptatie van algemeen geaccepteerde arbeid of de re-integratie niet in de weg staan.
  • De duur en omvang dienen beperkt te zijn.
  • Het moet gaan om aanvullende werkzaamheden en het mag niet leiden tot verdringing van betaalde arbeid.

Uitgezonderd van de tegenprestatie zijn:

  • Alleenstaande ouders met kinderen onder de 5 jaar.
  • Iedereen die volledig arbeidsongeschikt is voor lange tijd.
  • Mantelzorgers.
  • Vrijwilligers waarvan de gemeente heeft bepaald dat het vrijwilligerswerk als tegenprestatie kan gelden.

Verschillende documenten en onderzoeken over de tegenprestatie vindt u hier.

Gedeeltelijk of volledig arbeidsongeschikt
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) geldt voor iedereen die na 1 januari 2004 ziek is geworden en geen wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO) ontvangt. De WIA is een werknemersverzekering voor arbeidsongeschiktheid die bestaat uit twee regelingen: Werkhervatting Gedeeltelijke Arbeidsongeschikten (WGA) en de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA). Net als WAO-ers mogen WIA-ers vrijwilligerswerk doen en daarvoor de maximale vrijwilligersvergoeding ontvangen. Er is wel een verschil in meldingsplicht. WGA-ers moeten het aantal uren vrijwilligerswerk melden bij het UWV. IVA-ers hoeven dat niet.

Wajong
Voor jongeren onder de 18 jaar met een langdurige ziekte of handicap of voor mensen in opleiding  tussen de 18 en 30 jaar die te maken krijgen met een langdurige ziekte of handicap en daardoor niet in staat zijn te werken (geen arbeidsvermogen) is de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong).  Voor alle Wajongers die na 2010 een Wajonguitkering hebben ontvangen geldt een informatieplicht voor het vrijwilligerswerk. Iedereen die voor 2010 een Wajong uitkering had, behoudt deze uitkering en moet eveneens het vrijwilligerswerk melden. 

Let op: mensen die niet langer een Wajong uitkering ontvangen en onder de Participatiewet gaan vallen mogen maximaal €95,- per maand en €764,- per jaar aan vrijwilligersvergoeding ontvangen. 

Wet inkomensvoorziening ouderen en gedeeltelijk arbeidsongeschikten
De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) is een inkomensvoorziening voor oudere werkloze werknemers. Werknemers die minstens 50 jaar oud waren toen zij werkloos werden, kunnen in aanmerking komen voor een IOAW-uitkering als hun WW-uitkering afloopt. De Wet inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen (IOAZ) is gericht op ouderen die gestopt zijn met hun werk als zelfstandige. IOAW-ers en IOAZ-ers vallen onder het zelfde regime van de bijstandsuitkering wat inhoudt een lagere vrijwilligersvergoeding, sollicitatieplicht en mogelijk een tegenprestatie.

Sollicitatieplicht
De vrijstellingsregeling van sollicitatieplicht naast een WW  of WIA-WGA uitkering voor vrijwilligerswerk is per 1 juli 2015 vervallen. Alleen bij calamiteiten, mantelzorg en bij de geboorte van een kind is nog vrijstelling van sollicitatieplicht mogelijk. In alle andere gevallen geldt dat de uitkeringsgerechtigde altijd moet zoeken naar een betaalde baan. Daarom mag u ook maar maximaal 20 uur per week als vrijwilliger werken. Krijgt u een betaalde baan aangeboden? Dan moet u die accepteren. Ook als dat betekent dat u daardoor moet stoppen met uw vrijwilligerswerk. Als u dit niet doet, kan het gevolgen hebben voor uw uitkering.

Ontvang je een uitkering en wil je vrijwilligerswerk doen? Vraag dan om toestemming bij je uitkerende instantie of vraag naar de regels omtrent het al dan niet mogen doen van vrijwilligerswerk.

Vanuit een UWV uitkering vrijwilligerswerk gaan doen? Kijk dan eens naar onderstaand filmpje van het UWV. Voor meer informatie over UWV en vrijwilligerswerk klik hier.